Verslag werkgroep industrie “Re-integratie”

De werkgroep industrie komt twee keer per jaar samen om in de diepte kennis te delen rond een specifiek topic. BASF was de gastheer met als thema “Re-integratie”. Het werd een interessante uitwisseling van aanpakken en de rol van de interne ergonoom.

Re-integratiecoach

Verschillende bedrijven werken met een vorm van re-integratiecoach, die dan daarvoor een extra opleiding heeft genoten. Deze fungeert als centrale figuur, contacteert de afwezige medewerker en zoekt mee naar oplossingen. Dat kan een verpleegkundige of HR-medewerker zijn, of iemand die dit als extra rol opneemt. Deze persoon onderhoudt dus op regelmatige basis het contact en raadpleegt de ergonoom wanneer uit het gesprek of na het bezoek van de arbeidsarts aanbevelingen ontstaan rond aangepast werk. Bij anderen komt die vraag eerder via het FGB van de arbeidsarts.

Preventieprogramma lage rugpijn

Voor mensen met lage rugpijn is het preventieprogramma lage rugpijn van Fedris een mooi aanbod. Daar kan ook een ergonomische interventie bijhoren. De goede praktijk is dat de arbeidsarts meteen het programma inclusief ergonomische interventie aanvraagt. Vroeg contact tussen revalidatiecentrum en ergonoom wordt ook als meerwaarde gezien. Er wordt nog relatief weinig gebruik gemaakt van het preventieprogramma. Bij het contact met de medewerker met rugpijn kan dit nog meer aangeboden worden.

Risicoanalyse

De meerwaarde van de ergonoom bij re-integratie is zijn goede kennis van de fysieke belasting van de verschillende taken. Basis voor het bepalen van aangepast werk is dus de standaard risicoanalyse ergonomie. Deze is echter niet diepgaand genoeg om te beantwoorden aan de medische aanbevelingen van de arbeidsarts. Deze kunnen variëren van heel beperkt tot heel omschreven. Een objectieve matching is niet altijd evident. Een ergonoom krijgt doorgaans ook geen medische info van de arbeidsarts.

Aangepast werk

Aangepast werk zijn vaak lichtere taken. Toch is de praktijk niet zo evident. In het geval men lichtere taken geeft, zal de medewerker die eerst die taken deed, zwaarder werk moeten doen of enkel zwaardere taken. Die is niet tevreden. In een systeem van jobrotatie is de uitdaging dat alle taken binnen de rotatiecluster voldoen aan de aanbevelingen van de artsen. Hoe meer polyvalent de medewerkers zijn, hoe meer kans op succes voor aangepast werk. Men kan dan vaste takenpakketten afstemmen, die men kan organiseren zonder te veel impact op de operaties. Zo kan de arts in functie van de mogelijkheden een gepast takenpakket voorstellen en blijft iedereen een mix doen van lichtere en zwaardere taken (met andere verhoudingen weliswaar). Zo kan men ook naar een collectieve aanpak in plaats van case per case.

Arbeidspotentieel

Nieuw in de wetgeving rond re-integratie is het bepalen van arbeidspotentieel. Daar is de ergonoom niet altijd bij betrokken omdat het automatisch gebeurt door de externe dienst. Een goede succesratio vraagt wel wat inspanning. De vragenlijst opsturen waarbij de medewerker ze invult en terugstuurt, heeft toch niet zoveel succes. Geen arbeidspotentieel betekent trouwens dat men geen formele RIT kan opstarten. Meer kans op succes is er wanneer men de vragenlijst op voorhand bezorgt aan de medewerker om in te vullen en daarna telefonisch contacteert hierover. De beslissing kan dan mathematisch gebeuren op basis van de scores ofwel door een interpretatie van de arbeidsarts samen met medische info. Dat laatste gebeurt meer bij de interne medische diensten.

Wil je meer weten? Bekijk dan zeker het programma van het Ergonomiecongres. In de sessie “Re-integratie” zullen de resultaten uit eerste hand gedeeld worden met ruimte om vragen te stellen.

Meer nieuws: