Vandaag is VerV de referentie voor ergonomie in België, maar tien jaar geleden moest het nog allemaal beginnen. Daarom blikken we in deze rubriek terug op de initiatiefnemers om te starten met VerV als Vlaamse Ergonomie Vereniging. Stephan Tomlow, teamleader bij Liantis, vertelt zijn verhaal.
Waarom was er nood aan VerV?
Kennisdeling was voor mij de belangrijkste reden om VerV mee uit de grond te stampen, samen met Eva Vandenheede, Jolien Van Pamel en Roeland Motmans. Internationale normen en buitenlandse onderzoeken waren destijds amper gekend in België en die kennis kon dus niet toegepast worden door de ergonomen in België, tenzij je het zelf ging opzoeken. De start van VerV viel min of meer samen met de intentie van Odisee om -na jaren zonder opleiding- de specialisatieopleiding tot preventieadviseur ergonoom in te richten. VerV kon zo vanaf de start inhoudelijke partner worden van deze nieuwe opleiding.
Hoe begin je aan een nieuwe vereniging?
We zijn zeer onbezonnen gestart, al hadden Roeland en ikzelf al ervaring in andere besturen opgedaan. De grote kracht destijds was: alles kan, niets moet, veel enthousiasme én snel schakelen. Studiedagen (met zelfs eenvoudige onderwerpen) trokken zonder moeite veel deelnemers. Ook de praktijkrichtlijnen en acties zoals 10-10-10 gaven ons een gezicht. Zo konden we stap voor stap werken aan onze naambekendheid en na enkele jaren was VerV een sterk “merk”.
Wat wou je zeker realiseren?
Drie zaken waren voor mij persoonlijk heel belangrijk: een duurzame opleiding tot preventieadviseur ergonoom is onmisbaar om als vakgebied overeind te blijven. Ik ben dus ongelooflijk trots dat we met VerV de inhoudelijke partner zijn van Odisee, voor deze specialisatieopleiding.
Daarnaast moet een beroepsvereniging -voor mij- ook duidelijke standpunten kunnen innemen, die Verv met de praktijkrichtlijnen kenbaar maakt.
Het derde punt is het ‘bewaken’ van ergonomie, ook dat is de rol van de beroepsvereniging. Dit dient te gebeuren vanuit de internationale definitie van ergonomie en de verkorte versie ervan in de Belgische welzijnswetgeving: ergonomie is het werk aanpassen aan de mens. Evidence based practice moet hierbij leidend zijn, ook al geeft de huidige wetenschappelijke stand van zaken aan dat bepaalde zaken die gangbaar zijn (geweest) niet effectief blijken te zijn. Dit is niet altijd eenvoudig, maar wel van groot belang voor het vakgebied.
Wat is voor jou een concrete herinnering die VerV typeert?
Telefoneren tijdens lange autoritten. Zeker in de beginjaren was dat de belangrijkste en meest efficiëntie manier om van gedachten te wisselen en ideeën te pitchen.
Snel schakelen wanneer het moet, zoals bijvoorbeeld de publicaties en standpunten tijdens het verplichte thuiswerken enkele jaren geleden. En recenter, bij het formuleren van onze adviezen voor de nieuwe wetgeving ergonomie. Er was wat avondwerk voor nodig, maar we konden zeer snel onze duidelijke en heldere adviezen overmaken aan de overheden én hierdoor wel uitgenodigd worden aan tafel tijdens de voorbereidingen van deze wetgeving.
Hoe kijk je terug op 10 jaar VerV?
De eerste jaren zijn we snel gegroeid en viel het nog te permitteren om alles wat amateuristisch aan te pakken. Het lukte me toen ook nog om op elke studiedag aanwezig te zijn en toen kende ik alle deelnemers nog persoonlijk. Maar om een praktijkrichtlijn te schrijven heb je niet alleen inhoud en een consensus over die inhoud nodig, maar ook professionele vormgeving en voor je het weet organiseer je niet alleen studiedagen, maar een congres met talrijke parallelle sessies. Daar heb je niet alleen bestuursleden voor nodig, maar ook talrijke leden die daar hun schouders mee onder blijven zetten.
We konden al wel langer merken dat er veel appreciatie was in Nederland van de VerV praktijkrichtlijnen, wat nog een mooie kers op de taart kreeg met een editie van het Tijdschrift voor Human Factors, volledig gewijd aan VerV.
Hoe kijk je 10 jaar verder voor VerV?
Zoals bij elke vereniging die op vrijwilligerswerk steunt, blijft de grootste uitdaging voldoende vrijwilligers te (blijven) vinden die vrije tijd aan de vereniging kunnen geven én die doelstellingen van VerV onderschrijven. Ik kijk dan ook uit naar het enthousiasme van de deelnemers van onze werkgroepen en projectgroepen. Wie staat te popelen om de schouders mee onder het vakgebied en VerV te zetten, zien we graag in één van onze projectgroepen.
Een tweede grote uitdaging is ook om gehoord te worden in belangrijke maatschappelijke thema’s (zoals vandaag werkbaar werk en langdurig zieken), waar ergonomie (het werk aanpassen aan de mens) een belangrijke sleutel kan zijn. Ik hoop ook echt dat VerV in de toekomst een partner kan worden voor universiteiten en hogescholen om ergonomische onderzoeken en projecten meer te laten aansluiten op de noden op de werkvloer.
Bij deze schrijf ik me nu al in voor het VerV Ergonomiecongres van 2036, om die terugblik niet te missen!



